Het doel van de De Haagse Conventie 1954 is het garanderen van de bescherming van de culturele bezienswaardigheden, monumenten, musea, bibliotheken en archieven tijdens oorlog en militaire bezetting.
Dit verdrag werd opgesteld met in het achterhoofd de wijdverspreide culturele verwoesting door nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.  Het is de oudste internationale overeenkomst die zich uitsluitend richt op het behoud van cultuurbezit. Aan dit verdrag werd een Eerste Protocol toegevoegd waarin is opgenomen dat export van cultuurgoederen uit bezette landen is verboden.
 
Waarom is de Haagse Conventie zo belangrijk?
Die landen die aangesloten zijn bij het verdrag (meer dan 115)  garanderen elkaar geen cultureel erfgoed in te zetten in geval van mogelijke gewapende conflicten.
Zij doen dit door de uitvoering van de volgende maatregelen: 
  • Opstellen van beschermende maatregelen in vredestijd;
  • Planning van noodmaatregelen in geval van brand- en/of instortingsgevaar;
  • Voorbereiding evacuatie roerend cultureel erfgoed of het verrichten van passende in situ bescherming;
  • Aanwijzen van bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van cultureel erfgoed in een deelnemend land;
  • Respecteren van het cultureel erfgoed op eigen grondgebied als ook het erfgoed op het grondgebied van deelnemende landen voor- tijdens en na een gewapend conflict door zich te onthouden van elke daad van vijandigheid gericht tegen of gebruik van het onroerend goed en de directie omgeving;
  • Rekening houdend met de mogelijkheid van het registreren van een beperkt aantal schuilplaatsen, monumentale centra en andere onroerende culturele goederen van zeer groot belang in het Internationaal Register van culturele goederen met bijzondere bescherming  (UNESCO) om speciale bescherming voor deze goederen te verkrijgen;
  • Onderzoek naar de mogelijkheid van het markeren van bepaalde belangrijke gebouwen en monumenten met een kenteken van het Verdrag (blauwe schildje);
  • Oprichting van speciale eenheden binnen de nationael strijdkrachten die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van culturele goederen;
  • Opleggen van sancties op overtreding van het Verdrag;
  • Brede promotie van De Haagse Conventie richting het grote publiek en specifieke doelgroepen, zoals cultureel erfgoed professionals, het leger of rechtshandhavingsinstanties.
 
Het Tweede Protocol werd in 1999 geïntroduceerd en trad in 2004 in werking. Hierin is de mogelijkhed tot het opleggen van sancties opgenomen en kunnen individuen die het protocol schenden worden berecht dan wel uitgeleverd. Verder wordt in het Tweede Protocol nog eens herhaald dat een natie ook in vredestijd maatregelen moet nemen om cultureel erfgoed ten tijde van gewapende conflicten te beschermen. Dit betekent dat preventieve maatregelen moeten worden genomemn!
 
Lees meer :
The convention for the Protection of Cultural Property in the Event of Armed Conflict

Protocol to the Convention for the Protection of Cultural Property in the Event of Armed conflict 1954
Statesparties 

Second Protocol to the Hague Convention of 1954 for the Protection of Cultural Property in the Event of Armed Conflict 1999
Statesparties